platform voor jonge kunstenaars, theatermakers, schrijvers, muzikanten
Home
Info
Kunstenaars
Theatermakers
Schrijvers
Muzikanten
Contact
de Winkel
Tamara Maasdam
Artistieke Alliantie
- Zijweg
Ik was een stukje aan het lopen door het oude centrum van de stad toen mijn ziel ineens een zijweg insloeg en ik rechtdoor bleef lopen.
Het duurde even voor ik in de gaten had dat niets me kon schelen.
Tegelijkertijd voelde ik, in de zijweg waar mijn ziel liep, dat alles me kon schelen. Ik voelde zo veel emoties dat ik niet in de gaten had dat ik mijn benen niet voelde, of mijn armen, mijn tenen, mijn neus, mijn hartslag. Ik was al heel ver toen ik pas in de gaten kreeg dat ik mezelf was kwijtgeraakt. Ik ben heel snel terug gegaan naar de plek waar ik mezelf als laatst nog had gezien, maar ik was al weg.
Ik voelde een intense paniek en een enorm verdriet. Waren mijn benen gewoon op de automatische piloot verder gelopen? En zouden ze dan alleen rechtdoor zijn gegaan of zouden ze af en toe ook een zijweg in zijn geslagen?
Ik wil mijzelf terug, maar waar zoek je iemand die het allemaal niets kan schelen? Ik zou moeten rondzwerven totdat ik haar onverhoopt tegen het lijf zou lopen.

Ik had intussen al heel lang in de gaten dat niets me kon schelen, maar ik ben gewoon doorgelopen. Het deed me niets dat ik mijn ziel kwijt was.

Ik ga me wakker concentreren.
Hij liet mij bekennen.
Plotseling stonden we hier en voor mij uit, of liever gezegd, hier is het, gromde een magere man heen en weer, een hele dag.
Ik zag en keek en één oog rolde.
Ik wil me wanstaltelijk wakker concentreren.
Er was nergens een onhandige vraag.
Ik ben ook moe, beetje laat, zolang.
Ik ging op mijn iemand staan en de man vroeg: 'Wat wilt u bekennen?'
'Alleen,' zei ik, 'ik wil me voorgaan dan het hele hoofd. Ik wil me wakker concentreren.'
De dag dat mijn ziel een zijweg insloeg en ik haar even kwijt was
- Wakker concentreren
Korte variant
- Wakker concentreren
Lange variant
Ik wil me voorgaan dan het hele hoofd
Ik wil me wakker concentreren
Ik ga me wakker concentreren. Ik ga me zo hard wakker concentreren dat alles begint te bewegen en te wiebelen. Dat alles kraakt. Dat alles begint te draaien en te piepen. Dat alles draait en draait en draait. Maar eerst moet ik alles zorgvuldig overwegen, ondervragen, bedenken en bekennen. Hij liet mij bekennen. En ik bekende de hele nacht en de hele dag. Ik vertelde hem alles en hij luisterde, hoorde, maar hij begreep het niet. Niemand zou het begrijpen en in het vervolg zou ik het aan iedereen vertellen die het ook niet zou begrijpen. En iedereen zou luisteren en heel hard ja knikken en instemmend mompelen. Ze zouden weten waar ik het over had en ze zouden me dapper vinden, maar ze zouden het niet begrijpen. Ik was de tijd vergeten. Tik tak tik tak tik tak. Het was voorbij gegaan en ik had het niet in de gaten gehad. Ik keek naar hem en ik besefte me dat hij zijn aandacht al lang verloren had. Hij keek niet naar mij. Misschien was hij zelfs omgedraaid en weggelopen, maar dat weet ik niet zeker. Plotseling stond ik hier en voor mij uit, of liever gezegd, hier is het. Daar stond ik dan. Alleen. Maar waar was ik eigenlijk en was ik er eigenlijk wel? Ik zag en keek en ik rolde met mijn ogen. Ik wil me wanstaltelijk wakker concentreren. Er was nergens een onhandige vraag. Ik was specifiek op zoek naar een onhandige vraag, maar die viel in de verre omtrek niet te bespeuren. Ik ben ook moe, beetje laat, zolang. Ik slaap zowat, dus ik kan niet snel lopen. Dan loop ik maar langzaam verder, misschien dat ik hem nog in weet te halen. Hij wacht nooit op mij. Maar dat heb ik aan mezelf te danken. Niemand wacht op mij, omdat ik zo vaak stop. Ik stop. Stop. Stop. Stop. En dan loop ik ineens te haasten. Dan ren ik me te haasten, totdat ik weer stop. Stop. Stop. Stop. En daar sta je dan te staan, stil te staan, rennend, haastend en hijgend. Mijn hart gaat tekeer. Ik heb te snel gelopen. Maar waar ben ik eigenlijk? Ik sta nog op dezelfde plek. Alles is anders waar ik nu ben. Alles is hetzelfde. Niet te geloven. Ik weet niet wat ik zie. Waar ben ik eigenlijk? O, ik ben nog op dezelfde plek. Ik neem even een momentje voor mezelf. Alleen voor mij, op mezelf. Een klein momentje om alles te voelen. Ik wil niemand zien. Niemand ziet mij. Waarom ziet niemand mij? Iemand moet mij opzoeken. Ik zou zo graag alles willen bekennen. Ik zou willen zeggen dat ik er ben, maar ik weet niet zeker of dat waar is. Ik wil me wakker concentreren. Ik wil me voorgaan dan het hele hoofd. Ik wil me voorgaan, maar niet voorbij lopen. Ik moet zeker niet aan mezelf voorbij lopen, aan de essentie voorbij lopen. Ik moet me voorgaan en zeker niet voorbij. Ik moet me heel hard concentreren, zo hard concentreren dat ik er wakker van schrik. Maar dan toch ben ik ineens heel kwetsbaar, dan heb ik me toch niet hard genoeg geconcentreerd. Ik ga op mijn iemand staan en de man vraagt: 'Wat wilt u bekennen?' 'Alleen,' zeg ik, 'ik wil me voorgaan dan het hele hoofd. Ik wil me wakker concentreren.'